In Memoriam Gert Koppenberg (1935-2017)

oud-directeur Infrastructuur van de Nederlandse Spoorwegen en erelid van de Institution of Railway Signal Engineers, Nederlandse Sectie

Gert Koppenberg trad op 15 november 1950 in dienst van de Nederlandse Spoorwegen in de hoofdwerkplaats Tilburg. Hij groeide door tot hoofd van de constructief afdeling van Materieel en Werkplaatsen, Mw3. In 1975 werd hij hoofd Bedrijfsplanbureau, om in 1979 de overstap te maken naar de Dienst van Infrastructuur, Afdeling Elektrotechniek. Gert Koppenberg was in vele opzichten de verpersoonlijking van een nieuwe wind die bij de Dienst Infrastructuur van de Nederlandse Spoorwegen aan het eind van de 70’er jaren langzaam begon op te steken. Een verandermanager zou je nu zeggen. Hij was eerst als afdelingschef van de afdeling Elektrotechniek, Is 6, met de voor ingewijden alleszeggende functiebenaming “Ise” in een bedrijf dat van de afkortingen bol stond, later als Chef van de Dienst van Infrastructuur (ChIs) en vervolgens vanaf 1988 Directeur Infrastructuur, van grote betekenis bij de vele veranderingen en vernieuwingen, zowel organisatorisch als in de techniek, voor NS. Ook in het internationale werk, in de commissie Infrastructuur van de UIC en in het onderzoek en ontwikkelwerk van de Organisation de Recherche et des Essais (ORE, later omgedoopt tot ERRI) internationaal speelde hij een belangrijke rol.

Hij was de eerste afdelingschef die niet uit “eigen kring” afkomstig was. Gert schetste en tekende veel en goed en kijkend naar de schets van de stoomtrein op de rouwkaart zou je denken dat zijn hart toch eigenlijk nog altijd bij het materieel lag.

Gert Koppenberg had belangstelling voor het vak “seinwezen” en was leergierig. Hij was snel ingewerkt en stond meteen voor moeilijke keuzes.

In 1979 was er een groot ongeluk in Wijchen (8 doden en 30 gewonden), er zat een storing in de Elektromechanische Interlocking. De vervanging van de Mechanische en Elektromechanische Beveiligingsinstallaties was in volle gang. Alle oude Elektromechanische en Mechanische emplacements beveiligingen werden vervangen door Relais Beveiligingen type NX ’68 van GRS. Gert Koppenberg heeft dit grote vervangingsprogramma gesteund. Maar Gert opende ook de deur naar Europese leveranciers, die na de tweede wereldoorlog zo lang gesloten was gebleven. Misschien omdat hij niet ‘uit eigen kring” kwam en objectief de voor- en nadelen van de techniek, leveranciersafhankelijkheid en economische aspecten kon overzien.

Die afhankelijkheid van één leverancier vond hij discutabel. Technisch was iedereen zeer tevreden over de NX ’68 systemen en er werd niet gedacht aan andere mogelijkheden. Werd het niet eens tijd om naast GRS een andere leverancier te nemen? In de tachtiger jaren ontwikkelde de Spoormarkt zich snel. Er kwamen nieuwe elektronische systemen op de markt. Gert heeft in die tijd moeizame discussies gehad om zijn visie, meerdere leveranciers en invoeren van Elektronische Beveiligingen, uit te dragen. Siemens kreeg de kans een elektronische beveiligingsinstallatie in Hilversum op proef te bouwen, maar ook GRS kreeg de kans een Vital Processor Interlocking te demonstreren. Europese aanbestedingen kenden we nog niet en Gert was, eigenlijk in alles wat hij deed, met zijn vriendelijke karakter een “persoonlijkheid” en als het moest streng, maar rechtvaardig.

Hij gaf kansen en stimuleerde. Stuurde bijvoorbeeld een toch wel heel jong seinwezen ingenieurtje, zijn stafmedewerker treindetectie en ATB, gewoon alleen naar de commissie 7A van de UIC, naar formele onderzoeken van veiligheidsstoringen etc.
Gert Koppenberg was van 1988 tot de ontvlechting van de Nederlandse Spoorwegen in 1994, directeur van de Dienst voor Infrastructuur. Hij heeft in die tijd een grote bijdrage geleverd aan het samenbrengen van de onderhoudsafdelingen van de toenmalige Dienst voor Exploitatie en de Dienst voor Infrastructuur. Beide afdelingen waren gericht op het onderhoud en zijn toen één afdeling geworden.

Door het project “Sporen naar ‘95” (een project van 10 miljard gulden) ontstond er behoefte aan nieuwe ingenieurs, net toen men de capaciteit afbouwde, na het afronden van het relais beveiligings programma. In 1989 was het NS Ingenieursbureau opgericht en is de personeelsuitbreiding en een andere werkwijze (doorlooptijd verkorting projecten, sneller inzetbare ingenieurs, computerondersteuning etc.) tot stand gekomen. Voor de zittende mensen voelde dat soms als een revolutie. Gert kon het allemaal niet snel genoeg gaan.

Als lid van de UIC-commissie infrastructuur stond Gert ook aan de wieg van de ontwikkeling van ERTMS. Eind 1989 werd de projectgroep ERRI A200 gestart, waarin NS een, inmiddels wat ervarener seinwezen ingenieur, detacheerde en hij faciliteerde een rondreis langs de Infrastructuur directeuren van de grote Europese Spoorwegen, met een management consultant (alweer een primeur!), omdat hij een vraag als “waarom willen die spoorwegen dat project dan uitvoeren, en wanneer is het goed genoeg” zelf best kon beantwoorden, maar we iets als een Project Management Declaration, die daaruit ontstond en op Europees niveau werd vastgesteld, nog niet zo vaak gemaakt hadden.

Op zijn initiatief is er in Oudenbosch in 1991 een ETCS-seminar georganiseerd. De planning was dat in enkele jaren Level 1, 2 en 3 zouden worden geïmplementeerd. Dit was een zeer ambitieus plan, zoals we weten heeft het iets langer geduurd. Het toonde wel aan dat Nederland openstond voor de toepassing van nieuwe technieken en er geen moeite mee had de ontwikkeling en uitrol van ATB Nieuwe Generatie, alweer een ontwikkeling waarin een andere leverancier dan de huisleverancier een kans kreeg, daaraan ondergeschikt te maken.

In1991werd de EU directive 91/440, waarin de scheiding van de Nationale Spoorwegen in Infrastructuur en Exploitatie wordt voorgeschreven van kracht.
Dit had grote organisatorische wijzigingen tot gevolg, die tenslotte in 1994 hebben geleid tot de opsplitsing van de oorspronkelijke Nederlandse Spoorwegen in een cluster van bedrijven, zoals we ze nu kennen. Gert was intensief betrokken bij de oprichting van het NS Ingenieursbureau, later Holland Railconsult (nu Movares). In deze tijden van veranderingen heeft Gert het belang van vakmanschap, met name op beveiligingsgebied, erkend en altijd het IRSE-lidmaatschap gestimuleerd. Gert was initiatiefnemer voor de IRSE Convention in 1989 in Nederland. Bij de opsplitsing van NS in 1994 verdween Gert’s functie en in 1996 ging hij met pensioen.

Vanwege zijn betekenis voor zowel de nationale als internationale ontwikkelingen op Beveiligingsgebied en zijn belangstelling voor de plaats van de IRSE hierin, hebben bestuur en leden van IRSE Nederland besloten, aan Gert het erelidmaatschap van de IRSE te verlenen. Dat was nog even lastig, want na zijn afscheid had Gert in 1997 ook zijn lidmaatschap van de IRSE beëindigd en de Nederlandse sectie was pas in 2007 opgericht, na de tweede conventie in Nederland in 2007, zodat we toen de titel “erelid van de Nederlandse Sectie” voor hem en ir Verheul hebben ingevoerd. Helaas was Gert’s gezondheid toen al zodanig verslechterd dat hij ervan af moest zien onze bijeenkomsten bij te wonen.

Om met een persoonlijke noot te eindigen, Gert was een belangrijke en stimulerende persoon, die veel invloed heeft gehad op mijn vorming als seinwezen ingenieur en mijn carrière. Ik was vereerd hem daarvoor bedanken in mijn Presidential Address toen ik in 2007 mocht aantreden als IRSE-president. Zonder de voortdurende steun voor de IRSE-activiteiten van al mijn leidinggevenden, waaronder zeker ook Gert, was ook dat nooit mogelijk geweest.


Wim Coenraad